Het grote verkoopargument van EU Inc. is eenvoud: één uniforme vennootschapsvorm, digitaal en in een handomdraai op te richten, met minder administratieve drempels en meer voorspelbaarheid ten behoeve van pan-Europese schaalbaarheid. Die doelstelling van uniformiteit wordt echter niet gehaald voor de mechanismen inzake aandeelhoudersconflicten – nochtans een bijzonder aandachtspunt vormt voor EU Inc.-ondernemingen met aandeelhouders uit verschillende lidstaten.
De verordening kiest in artikel 4 immers voor een techniek van “gap-filling”: alles wat niet uitdrukkelijk door de verordening of de statuten wordt geregeld, valt terug op het nationale recht van de lidstaat van zetel. Dat geldt in het bijzonder voor het gros van de conflictregeling. Het voorstel bevat dan ook geen zelfstandig Europees stelsel van geschillenbeslechting tussen aandeelhouders en harmoniseert klassieke mechanismen niet: geen squeeze-out of sell-out, geen uitsluitingsvordering, geen deadlock-procedures, geen verplichte mediation of arbitrage.
Wel omvat het ontwerp een beperkt instrument voor minderheidsbescherming. Artikel 52 voorziet in een uittredingsmechanisme wanneer een aandeelhouder geconfronteerd wordt met “oppressive conduct” (onderdrukkende gedragingen). Dit recht vertoont gelijkenissen met de klassieke uittredingsregeling die in het Belgische vennootschapsrecht is neergelegd in de artt. 2:68-2:69 Wetboek vennootschappen en verenigingen (WVV). Toch is de draagwijdte onduidelijk: considerans 37 situeert dit mechanisme expliciet in uitzonderlijke situaties van ernstige benadeling van minderheidsaandeelhouders, wat de drempel hoog legt. Bovendien regelt de verordening de procedure, de waarderingsmethodiek en de termijnen niet – daarvoor valt men wederom terug op nationaal recht.
Wie een EU Inc. opricht, kiest dus niet alleen een vennootschapsvorm, maar ook een nationale juridische omgeving die het conflictverloop mee zal bepalen. De locatie van de zetel blijft daardoor een uitermate strategische keuze – niet alleen voor fiscale of reputationele redenen, maar ook vanuit het oogpunt van conflictbeslechting.
Voor een EU Inc. met maatschappelijke zetel in België geldt het Belgische vennootschapsrecht als residuair kader. In de praktijk betekent dit dat een Belgische EU Inc. sterk zal terugvallen op het WVV – met inbegrip van de bijhorende rechtspraak en doctrine — voor alles wat de verordening zelf niet uitputtend regelt.
Het WVV biedt op het vlak van aandeelhoudersconflicten een relatief uitgebreid instrumentarium, waaronder:
Een Belgische EU Inc. combineert zo – bewust of onbewust – twee lagen bescherming: het beperkte Europese uittredingsrecht enerzijds, en het volledigere Belgische conflictinstrumentarium als residuair recht anderzijds. Dat betekent dat er altijd een vangnet is, maar ook een toegenomen complexiteit: het is niet altijd duidelijk welke grondslag voorrang heeft, noch of aandeelhouders uit verschillende lidstaten deze gevolgen voor ogen hebben.
Tegelijk zal deze hybridemodel forum shopping de hand werken. In Nederland biedt de Ondernemingskamer – een gespecialiseerde kamer van het Amsterdamse Gerechtshof met uitgebreide ervaring in aandeelhoudersconflicten en enquêteprocedures – een aantrekkelijk alternatief. Anderzijds, wie onderworpen wordt aan het Iers of Estlands wettelijk kader, volgt een sterk contractuele aanpak met de aandeelhoudersovereenkomst als het centrale instrument en een beperkte rol voor wettelijke geschillenregelingen.
Gelet op de beperkte harmonisatie op Europees niveau en de verschillende rechtstradities die in de lidstaten zijn ontstaan inzake conflicthantering, zullen EU Inc.-ondernemers die op zoek zijn naar voorspelbaarheid dit zelf contractueel kunnen regelen.
Immers, wie conflicten wil voorkomen of beheersen, doet er goed aan om vooraf een weloverwogen en aangepaste contractuele architectuur uit te werken, met bijzondere aandacht voor de volgende clausules:
Dergelijke conventionele afspraken kunnen voor een groot deel van de aandeelhoudersconflicten vermijden dat men een beroep moet doen op de wettelijke geschillenregelingen. Daarin wijkt de EU Inc. niet af van de bestaande realiteit.
Echter, niet onbelangrijk: door af te wijken van de voorgestelde EU Inc.-modelstatuten, kan men geen gebruik maken van – onder andere – een fast-track oprichting binnen 48-uur, maar zal men hiervoor tot 5 werkdagen lang geduld moeten uitoefenen.
De EU Inc. belooft eenvoud, schaalbaarheid en Europese uniformiteit. Op het vlak van aandeelhoudersconflicten wordt deze belofte met het huidige voorstel slechts zeer beperkt ingelost. Het voorstel bevat één opmerkelijk minderheidsrecht – het uittredingsrecht bij onderdrukkende gedragingen – maar laat de rest van de conflictregeling over aan nationaal recht en contractuele regelingen.
Gedurende het lopende wetgevingsproces, is er uiteraard nog steeds kans om toch tot een diepere harmonisatie te komen. Denk aan verplichte gespecialiseerde rechtbanken, een geharmoniseerd ADR-mechanisme of een minimumvloer voor minderheidsbescherming.
In afwachting van dergelijke stappen, blijft voor EU Inc.-ondernemers en investeerders het reeds geldende advies van kracht: wees zo contractueel autonoom mogelijk. De wet biedt een vangnet; de statuten en de aandeelhoudersovereenkomst zijn het eigenlijke fundament.