Het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 4 september 2025 verduidelijkt de draagwijdte van het begrip ‘persoonsgegeven’. Het Hof oordeelt dat informatie betrekking heeft op een persoon zodra zij met die persoon verbonden is door haar inhoud, doel of gevolg. Het erkent dat gepseudonimiseerde gegevens niet noodzakelijk persoonsgegevens zijn voor een ontvanger die de betrokken personen niet kan identificeren. Ten slotte herinnert het Hof eraan dat de informatieplicht rust op de verwerkingsverantwoordelijke op het moment waarop de betrokken personen identificeerbaar zijn, maar niet op een derde die hen niet kan identificeren.
In een arrest van 4 september 2025 (zaak C-413/23 P) heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) belangrijke verduidelijkingen gegeven over de draagwijdte van het begrip “persoonsgegevens” in de zin van Verordening (EU) 2018/1725 (de verordening die, vergelijkbaar met de AVG, betrekking heeft op de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Europese Unie).
De zaak betrof een Spaanse bank die moest worden geherstructureerd. Daartoe vroeg de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad (GAR) om het advies van voormalige aandeelhouders en schuldeisers. De antwoorden, die anoniem werden ingediend, werden vervolgens met het oog op analyse doorgestuurd naar een externe onderneming. Het bleek echter dat de personen die hun mening hadden gegeven niet door de GAR waren geïnformeerd over dit gebruik van hun gegevens en de overdracht van hun antwoorden aan derden.
Sommige van de betrokken personen dienden een klacht in bij de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS), die oordeelde dat de GAR haar informatieplicht uit hoofde van Verordening (EU) 2018/1725 had geschonden. De GAR vocht dat besluit aan bij het bevoegde Gerecht van de Europese Unie, dat de beslissing vernietigde. De EDPS stelde vervolgens hoger beroep in bij het Hof van Justitie.
Meer dan zes jaar na de inwerkingtreding van de AVG geeft het Hof met dit arrest een belangrijk signaal over de draagwijdte van het begrip ‘persoonsgegeven’, op verschillende niveaus.
Dit arrest is dus van bijzonder belang omdat het de reikwijdte van het begrip persoonsgegeven verduidelijkt en bevestigt dat “louter” gepseudonimiseerde gegevens onder bepaalde omstandigheden buiten het toepassingsgebied van de AVG kunnen vallen.